|
Onder veel natuurlijke hoefbekappers heerst de gedachtte dat de zool van de hoef, naar gelang hij langer natuurlijk bekapt wordt, hol kan trekken. Een holle hoef loopt minder risico om gevoelig te lopen dan een platte hoef, begrijpelijk dus dat (ook) zij een holle hoef nastreven.
Niet alle (natuurlijke) hoefbekappers zijn het, gelukkig, altijd met elkaar eens. Met vriendelijke toestemming van Frederic Leclercq mochten wij onderstaande publicatie van hem plaatsen.
"Holtrekken" van de zool, feit of fabeltje?
"Holtrekken" van de zool, een stelling die door die-hard natuurlijk bekappers wel vaker in de mond wordt genomen.
Correct of eerder een idyllisch verhaal achter het natuurlijk bekappen? Graag willen we in dit artikel deze stelling anatomisch benaderen en zullen we proberen een objectieve conclusie te formuleren.
Feit of fabeltje ... ?
Wat bedoelt men met "holtrekken"?
Eerst en vooral is "holtrekken" van de zool enigszins een verwarrende term. Men bedoelt dat na onbepaalde tijd van "natuurlijk" bekappen de zool concaver wordt in vergelijking met de uitgangspositie. Letterlijk hol worden, het ontstaan van een lege ruimte in de zool , is uiteraard niet hetgeen waar men op doelt.
De concaviteit wordt gebruikelijk gedefinieerd door de afstand tussen de zool thv de apex van de straal en de grond - of het imaginair grondvlak. Hieronder een foto wat dit tracht te verduidelijken.
Deze manier van meten is niet absoluut nauwkeurig, deze methodiek heeft enkel het doel om afmetingen te kunnen vergelijken
Wanneer men spreekt over het "holtrekken" van de zool dan betekent dit dat de afstand zoals hierboven aangegeven significant groter moet geworden zijn.
Uiteraard zijn er een aantal factoren die deze meting beïnvloeden! Naast de evidente meetfouten zijn er externe factoren die een rechtstreekse impact hebben op de concaviteit. Ten eerste is de hoogte van de hoefwand direct gecorreleerd met deze afstand (zie bovenstaande foto); hoe langer de hoefwand, hoe concaver.
Een tweede punt is de diepte van de zool, als men de zool diep wegsnijdt is uiteraard de afstand ook groter geworden.
Volgens de richtlijnen van het "natuurlijk" bekappen hoort de hoefwand echter steeds het niveau van de zool te volgen en wordt er absoluut nooit in de zool gesneden. Deze externe factoren waar de "natuurlijke" hoefverzorger rechtstreeks verantwoordelijk voor is spelen dus bijgevolg geen rol bij het bepalen van de concaviteit.

Links: vóór bekappen (15mm); Midden: zool bekapt (17mm); Onder: zool én hoefwand bekapt (12mm)
Een stukje anatomie...
Indien de zool daadwerkelijk concaver wordt, betekent dat dus per definitie de inwendige structuren ook moeten veranderen!
Om een en ander te verduidelijken is een opfrissing van een stukje anatomie wellicht geen overbodige luxe. Hieronder een foto van een sagitale doorsnede waar je duidelijk de apex van de straal op kan zien.
1: Hoefwand (Paries corneus)
2: Wandlederhuid (Corium parietis)
3: Hoefbeen (Os ungulare)
4: Zoollederhuid (Corium soleae)
5: Zoolhoorn (Solea cornea)
Op deze foto hebben we een lijn getrokken doorheen het punt op de zool net voor de apex van de straal, loodrecht op het grondniveau. Rechtsboven ziet u een vergroting van de aanwezige structuren waar de aangebrachte lijn doorheen loopt. Men onderscheidt macroscopisch van proximaal naar distaal de hoefwand (1), de wandlederhuid (2), het hoefbeen (3), de zoollederhuid (4) en tot slot de zoolhoorn (5).
Als we ervan uitgaan dat de zool concaver wordt, betekent dit dat één (of meerdere) van bovenvermelde structuren hoort te vervormen, meer specifiek te versmallen.
Laten we deze structuren van naderbij bekijken.
De hoefwand
Kan deze "smaller" worden? Onwaarschijnlijk! Althans voor wat de binnenzijde van de hoefwand betreft. Indien de hoefwand thv de buitenzijde smaller wordt verandert er in wezen niets aan de concaviteit. Slechts in het geval de inwendige laag (stratum internum) smaller wordt én alle onderliggende weefselstructuren proximaler ("hoger") komen te liggen, kan er sprake zijn van een grotere concaviteit. Feit dat het stratum internum eigenlijk bestaat uit epidermale lamellen die interdigiteren (in elkaar passen) met de sensitieve (dermale) lamellen, lijkt het ons onwaarschijnlijk dat deze kleiner worden en bijgevolg ook hun functie zouden verliezen.
De wandlederhuid
Kan deze "smaller" worden ? Onwaarschijnlijk! Deze structuur zorgt voor de stevige verankering tussen hoefbeen en hoefwand. Op histologische coupes is dit bindweefsel duidelijke geïnerveerd en gevasculariseerd. Mocht deze "laag" echter smaller kunnen worden dan spreekt men over maximaal enkele millimeters. Namelijk de afstand tussen het periost van het hoefbeen en de dermale lamellen. Verwaarloosbaar, maar schijnbaar niet onmogelijk dus.
Het hoefbeen
Kan deze "smaller" worden ? Ja... in theorie! Maar onwaarschijnlijk in vivo! Bot remodeleert levenslang en kan dus inderdaad vervormd worden. Botweefsel kan ge(re)modeleerd worden onder invloed van druk. (wet van Wolff) Een typisch voorbeeld hiervan is de "ski-tip" (of hoedenrand) bij chronisch hoefbevangen paarden.
Omdat het hoefbeen voornamelijk onder druk staat door het gewicht van het paard is de kans groter dat het hoefbeen net iets minder concaaf wordt. Uiteraard zijn er onderliggende weefsels die voor tegendruk zorgen, wat maakt dat de vervorming wellicht minimaal is. (itt. hoefbevangen paarden die het teengedeelte ontlasten) Hoewel details uit de cytologie en de osteologie zeer interessant zijn, zou dit ons te ver van de opzet van dit artikel leiden. Het is echter belangrijk om te weten dat osteoclasten constant bot afbreken en de osteoblasten steeds nieuwe bottrabekels (botbalkjes) vormen. Er is dus een permanente vernieuwing van botweefsel.
Bot is drukbestendig, terwijl collageenweefsel (bv. pezen) nét trekbestendig is.
Uit de natuurkunde weten we dat botweefsel elastisch anisotroop is, wat impliceert dat een mogelijke vervorming makkelijker zal geschieden in een distale afplatting van het hoefbeen. Ook intuïtief is dit behoorlijk evident, maar binnenkort plaatsen we een foto die dit moet verduidelijken.
Vermits dit interessante materie is hebben we beslist om in de toekomst een uitgebreide pagina over bot remodellering te publiceren.
De zoollederhuid
Kan deze "smaller" worden ? Onwaarschijnlijk! De zoollederhuid is gekenmerkt door de vele draadvormige papillen (papillae coriales) die de zool verbindt met het hoefbeen. Zoals ook uit bovenstaande foto duidelijk blijkt, is deze macroscopisch zichtbare laag de smalste van de vijf. Mocht deze laag om een of andere reden toch nóg smaller worden, dan treedt er een verschil op in de grootteorde vergelijkbaar met die van een meetfout.
De zoolhoorn
Kan deze "smaller" worden ? Uiteraard! Deze hoorn kunnen we gewoon wegsnijden, hoe meer men wegsnijdt hoe concaver de hoef. Vermits we er in dit artikel echter van uitgaan dat er "natuurlijk" bekapt wordt, kan er per definitie dus niet gesneden worden aan de zool.
Conclusie
Of het "holtrekken" een feit of fabel is ? Uitgaande van de anatomie van de hoef zijn wij geneigd het als een fabel te bestempelen. Vermoedelijk voor veel lezers behoorlijk ontnuchterend. Met de huidige inzichten, lijkt het anatomisch gewoon niet mogelijk. Dat sommige mensen bij hoog en bij laag beweren dat ze de zool hebben zien "holworden", lijkt ons maar twee mogelijke verklaringen te kunnen hebben: de hoef in kwestie had een dubbele zool (een gevolg van incorrecte hoefverzorging) of het paard was hoefbevangen.
Bron:
Frederic Leclercq, CHS
|