| Straalkanker |
|
Veel hoefproblemen welk wij bij het gedomesticeerde paard tegekomen, komen naar alle waarschijnlijk niet voor bij het in het wild levende paard. Het vroegtijdig ten prooi vallen, het huidige (op)fok systeem, gebruik en onderhoud zouden hier allen debet aan kunnen hebben. Desalnietemin komen deze problemen voor en moeten zij opgelost worden.
In onze ogen volstaat natuurlijk bekappen in de meeste van deze gevallen absoluut niet. We zullen meer voor het paard moeten doen daar het probleem zich voordoet bij het gedomesticeerde paard in de gedomesticeerde wereld.
Straalkanker is slechts een voorbeeld maar is een serieus probleem welk absoluut niet onderschat mag worden. Hieronder plaatsen wij met goedkeuring van Erkend Paardendierenarts Angelique Jongbloets haar geschreven artikel over haar bevindingen m.b.t. straalkanker.
Straalkanker: een (auto-)immuungemedieerde aandoening?A.M.C. Jongbloets1,4, M.M. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan2, P.J.H.M. Meeus3 , en W. Back2
INLEIDINGStraalkanker is een chronische, hyperplastische, exsudatieve ontsteking, die meestal aan één of twee, maar soms aan vier hoeven tegelijkertijd voorkomt (1, 5, 10, 11). De uiteindelijke gevolgen van straalkanker zijn een ondermijning van het gezonde hoorn en de vorming van afwijkend hoorn (parakeratose). Het nieuwe afwijkende hoorn is zacht en laat makkelijk los, waarbij een stinkend en verdikt corium, bedekt met een kazig exsudaat, bloot komt te liggen. Dit weefsel bloedt snel (1, 8, 6). Naast de afwijkende verhoorning van de straal hebben de patiënten vaak een gezwollen huid in de kootholte en een verdikte kroonrand. Kreupelheid kan optreden en is waarschijnlijk afhankelijk van het stadium en de uitbreiding van de aandoening (1, 5, 8, 11). Door de meeste auteurs wordt een infectieuze etiologie verondersteld, omdat straalkanker meestal wordt waargenomen bij een slechte stalhygiëne, onvoldoende hoefverzorging, huisvesting op modderige bodem en/of weiden op vochtig grasland (1, 4, 5, 10, 11). Ook wordt een recessieve vererving van een verhoogde gevoeligheid verondersteld, waarbij milieu-invloeden een grote rol zouden spelen (5).
Er zijn verschillende therapieën voor de behandeling van straalkanker beschreven, die alle de aandoening lokaal aanpakken, zoals: drukverbanden, lokale applicatie van medicamenten (antibiotica of speciale ‘straalkankermedicatie’) en chirurgie (het afwijkende weefsel radicaal wegsnijden tot aansluiting met gezonde pododerma is bereikt) (1, 3, 5, 8, 10, 11). Het grote aantal verschillende therapieën geeft al aan dat de therapieën niet altijd even succesvol zijn. De prognose is op korte termijn redelijk te noemen, echter in het algemeen blijkt het percentage recidieven op lange termijn vrij hoog (31 - 45%) te zijn, met name als de kroonranden verdikt zijn (5, 8). De hier beschreven casus leidde tot de verrassende hypothese dat straalkanker mogelijk een immuungemedieerde aandoening is. Deze hypothese is gebaseerd op het klinische beeld en op de genezing door een prednisolon therapie.
CASUSZiektegeschiedenis
In april 2001 werd een driejarige (New Forest kruising) merrie bij Dierenkliniek Ridderkerk aangeboden voor bloedende stralen van drie hoeven. De betreffende stralen zijn gedurende twee dagen met een Animalintex1 hoefverband schoongemaakt. Vervolgens is de pony behandeld met TMP/S2 per os (15 mg/kg 2dd) en Aureomycine spray lokaal3. De Twee maanden later werd de merrie, ondanks goede stalhygiëne, echter opnieuw aangeboden, ditmaal met rondom ontstoken stralen en kroonranden, waarbij de haren op de kroonrand rechtop stonden. Een biopt van de kroonrand liet een epidermale hyperplasie van een papillifeer type en een dermatitis zien, meest gelijkend aan een zogenaamde ‘coronary band dystrofia’. In het stratum spinosum bevonden zich oedemateuze cellen met soms eosinofiele lichaampjes (waarschijnlijk samengeklonterde erythrocyten). In verband met het papillifere karakter van de veranderingen is tevens een kleuring voor het aantonen van het bovine papilloma virus verricht. Het biopt uit de kroonrand bleek papillomavirus-Ag negatief.
In overleg met de Hoofdafdeling Gezondheidszorg Paard werd in de praktijk de volgende differentiële diagnose opgesteld: ‘straalkanker’ of een ‘(auto-)immuunreactie met aantasting van alle hoornige structuren’. Uitgaande van deze laatstgenoemde diagnose is een behandeling met prednisolon4 (0,5 mg/kg, 1dd) gestart. Dit gaf geen volledige genezing, waarop is besloten de pony door te sturen naar de Hoofdafdeling Gezondheidszorg Paard te Utrecht.
Klinisch onderzoek
Bij het aanbieden aan de Hoofdafdeling Gezondheidszorg Paard maakte de pony een attente indruk en de algemene De stralen vertoonden rondom het aspect van straalkanker: een abnormale woekering van de gehele straal met zacht, kazig hoorn in de kloven (Figuur 1). Het hoorn van de hoefwand toonde in het meest proximale gedeelte horizontale groeiringen, passend bij een chronisch afwijkende hoornproductie. Inspectie van de benen liet rondom een coronitis met opstaande haren op de kroonrand, in combinatie met ontstoken sporen en zwilwratten zien (Figuur 2a, b en c). Bij monsteren bleek de pony rondom kort te stappen en draven. Vanwege de aantasting van alle hoornige structuren en het feit dat in de praktijk een relatief lage dosering van prednisolon was verstrekt, bleef toch het vermoeden dat het om een (auto-)-immuunreactie ging. Daarom is tevens een internistisch onderzoek, inclusief bloedonderzoek en rectale exploratie, uitgevoerd. Bij rectaal exploreren bleek het caecum een verdikte wand te hebben en was er wat onverteerde mest in het rectum aanwezig. Deze bevindingen leken verder geen verband met het probleem te hebben.
Bloedonderzoek Het bloedonderzoek gaf een hoog normaal aantal leukocyten, waarbij het percentage lymfocyten licht verhoogd was. Tevens was het percentage beta-globulinen licht verhoogd. De waarden van de overige bepalingen waren binnen de normaalwaarden.
Therapie In verband met het ontbreken van een aanwijsbare onderliggende oorzaak voor de hypertrofische ontsteking van alle hoornige structuren, werd besloten twee stralen volgens het Hoofdafdelingsprotocol chirurgisch te behandelen.
Vanwege de pijnlijkheid van de ingreep werd eerst een diagonaal hoevenpaar uitgesneden (3, 5, 8). Voorafgaand aan de chirurgie werden onder de linker achter- (LA) en rechter voorhoef (RV) verbandijzers aangebracht. Dit is een ijzer waar, met behulp van kalkoenen, een plaatje onder kan worden bevestigd. De ruimte onder het plaatje werd na de operatie opgevuld met opgerolde tampons.
Eén dag voor de operatie werden de te opereren hoeven in een Halamid5 hoef-snelverband geplaatst om de hoeven schoon te maken, te desinfecteren en het hoorn te verweken. De operatie werd onder algehele anaesthesie verricht, waarbij de te opereren benen eerst onder Esmarchse bloedledigheid waren gebracht. In verband met een mogelijke infectieuze oorzaak werden, uit de diepte van de middelste straalgroeve, swabs voor bacteriologisch en
Bacteriologisch en pathomorfologisch onderzoek Het bacteriologisch onderzoek van de straal gaf een sporadische mengcultuur waaronder niet pathogene Bacillus-species. De schimmelkweek was negatief. De biopten van de stralen vertoonden een dikke parakeratotische hoornlaag met focaal hydropische degeneratie en op één plaats wat exsudaat. In een aantal dermale papillen waren uitgebreide infiltraten van polymorfkernige granulocyten aanwezig. De biopten van de kroonranden, sporen en zwilwratten vertoonden een papillifere woekering van het epitheel met superficiëel oedeem, necrose en polymorfkernige granulocyten in de epidermis. In de dermale papillen was er sprake van een vrij uitgebreide aanwezigheid van polymorfkernige granulocyten met exocytose. In één biopt waren tevens focaal, helemaal aan de buitenzijde van het biopt, schimmeldraden aanwezig die nauwelijks aankleurden. Deze schimmels waren waarschijnlijk het gevolg van bezoedeling van het biopt, omdat zij slechts in één van de acht biopten aanwezig waren en dan nog slechts lokaal aan de buitenzijde in de para- en orthokeratotische keratine. De biopten van de straal, kroonrand, spoor en zwilwrat toonden een aspecifieke hypertrofische pododermatitis, passend bij het empirisch bekende beeld van ‘straalkanker’.
Aanvullende therapie/nazorg chirurgie
Naar aanleiding van de hypothese dat het probleem mogelijk (auto-) immuungemedieerd was, is tevens een therapie met prednisolon gestart (1,2 mg/kg 1dd p.o. ’s ochtends voor 9.00 uur toegediend). De verbanden van de operatief behandelde stralen werden om de dag gewisseld. Na het eerste (hoef)drukverband werd volstaan met het opvullen van de verbandijzers met opgerolde tampons (Figuur 4). De straal linksachter was tien dagen post-operatief weer wat verdacht hoorn gaan vormen. Dit afwijkende hoorn is onder een distale anaesthesie nogmaals weggesneden (Figuur 5). Tevens was de pododerma linksachter op dat moment ontstoken. De ontsteking werd tot rust gebracht door middel van een lokale toediening van een crème met prednisolonacetaat en neomycinesulfaat7 bij drie opeenvolgende verbandwissels.
Verloop Tien dagen post-operatief was de pododerma van de straal rechtsvoor, zonder complicaties, weer grotendeels ingedekt met gezond hoorn (Figuur 6). Na 22 dagen was de pododerma van de straal vrijwel volledig ingedekt, zodat de hoef zonder verband kon blijven (Figuur 7). De straal linksachter was acht weken na de chirurgische correctie weer ingedekt met gezond hoorn.
Na genezing van alle hoornige structuren is de pony naar huis gegaan met het advies nog drie weken de prednisolon te blijven geven. Een jaar na de genezing is nog geen recidief opgetreden en functioneert de pony tot volle tevredenheid.
1 Wond compres met 7% muslin, 15% boorzuur en 13% bassorin, Animalintex, Robinsons, Chesterfield, England.
2 Trimethoprim / Sulfadiazine, Sultrisan, Dopharma B.V., Raamsdonksveer, 3 Aureomycine spray. 4 Prednisolon, Apotheek Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht, Nederland. 5 Natrium-p-tolueensulfonchlooramide, Halamid-d, Akzo Nobel, Amersfoort, Nederland. 6 Chloorhexidinedigluconaat 40 mg/ml, Hibiscrub, ssl healthcare Nederland N.V., Leerdam, Nederland 7 Medicinale crème met prednisolonacetaat en neomycinesulfaat, hydrocortiderm, Vétoquinol, ’s-Hertogenbosch, Nederland
DISCUSSIEGezien de respons op de behandeling met prednisolon, lijkt het aannemelijk dat de hyperplastische ontsteking van de hoornige structuren in deze pony werd veroorzaakt door een (auto-)immuunreactie van onbekende oorsprong. Dit ondanks het feit dat hiervoor in het histopathologisch onderzoek van de biopten geen aanwijzingen waren. De hypothese van een (auto-) immuungemedieerde etiologie is strijdig met de algemeen veronderstelde infectieuze etiologie. In dit geval waren er geen aanwijzingen voor een infectieuze oorzaak van de problemen. Bij papillomavirus-infecties (zoals wratten) leidt het verwijderen van enkele woekeringen vaak tot regressie van alle woekeringen. In deze patiënt werd geen papillomavirus aangetoond. In de literatuur, worden in een deel van de biopten, ketens van gram-negatieve bacteriën waargenomen. Dit suggereert dat bacteriën, en daarmee een slechte (stal)hygiëne, een mogelijke oorzaak kunnen zijn (11). Het bij een aantal patiënten waargenomen betere effect van antibiotica dan van chirurgie onderbouwt dit vermoeden (2, 10, 11). Echter, door het verlies van epidermale hardheid ten gevolge van een te geringe synthese van keratogene filamenten met een afwijkende verhoorning tot gevolg en minder, tevens minderwaardige, desmosomen is de barriere voor contaminerende bacteriën verminderd. (6, 9, 10, 11) Daarnaast blijkt straalkanker niet besmettelijk voor andere paarden in de koppel (8) en wordt het ook waargenomen bij een optimale stalhygiëne (10, 11). De oppervlakkige dermale papillen zijn vaak geïnfiltreerd met neutrofielen, terwijl de ontstekingsreactie in de diepere lagen doorgaans minimaal is (2, 8, 7, 10). Dit doet vermoeden dat endogene factoren het wel of niet aanslaan van exogene factoren beïnvloeden (8) .
Sheridan (7) beschrijft een casus van straalkanker die in eerste instantie geneest na lokale behandeling met tetracyclines, maar na recidivering niet meer. Het recidief reageert dan wel op een combinatie van ketoconazol, rifampin
Bij onze patiënt waren alle vier de stralen aangetast, hetgeen ongebruikelijk is bij straalkanker. Bovendien waren ook alle andere hoornige structuren aangetast. De biopten van de verschillende hoornige structuren bevestigden echter wel de empirischewaarschijnlijkheidsdiagnose van straalkanker. De problemen van deze pony zijn direct aan verscheidene hoeventegelijkertijd begonnen en tevens zijn de hoornige adnexa allemaal vrijwel gelijktijdig mee gaan doen. Dit beeld deed hetvermoeden rijzen van een systemisch (endogeen) probleem. Het in eerste instantie niet opknappen op alleen prednisolon bij Dierenkliniek Ridderkerk kan zijn veroorzaakt door de lage dosering prednisolon. Een andere mogelijkheid is dat door hetopereren van twee stralen de hoeveelheid ontstekingsweefsel dermate is gereduceerd dat de prednisolon de resterende ontstekingsreactie nu wel adequaat kon couperen. Ook bij latere patiënten zijn goede resultaten bereikt met een therapie van alleen prednisolon (1 mg/kg, 1dd) zonder aanvullende chirurgie (niet gepubliceerd).
English (4) beschrijft twee paarden waarbij alle hoornige structuren zijn aangetast en een orale therapie van TMP/S en In onze casus werd in eerste instantie voor een chirurgische benadering van het probleem gekozen. De keuze voor deze bena-dering is gemaakt op basis van ervaringen in het verleden, de uitgebreidheid van de problemen en het reeds eerder recidiverenna een behandeling met antibiotica. In verband met de aantasting van alle hoornige structuren werd tevens de aanvullendetherapie met prednisolon gestart. Bij de applicatie van lokale medicamenten post-operatief moet men zich er terdege van bewust zijn dat na de operatie de wondgenezing van een primair gezond wondoppervlak moet worden bevorderd (11). Al het afwijkende weefsel is immers al verwijderd en medicamenten kunnen het nieuwgevormde weefsel schadelijk beïnvloeden. Indien opnieuw zacht en kruimelighoorn wordt gevormd, moet dit voorzichtig opnieuw in toto worden verwijderd (3). Ter ondersteuning van de genezing vande pododerma na chirurgie is, in dit geval, in verband met de aanwezigheid van een ontstekingsbeeld (hyperaemische pododerma) een crème met prednisolonacetaat en neomycinesulfaat7 gebruikt. In het geval van een wondinfectie (roodheid met exsudatie) kan gebruik worden gemaakt van een antibioticazalf zonder corticosteroïden.
De prognose van ‘straalkanker’ is na lokale behandeling op korte termijn redelijk. Op langere termijn komen echter veel recidieven voor (31 - 45%) (5, 8). De in deze casus toegepaste aanvullende systemische therapie met prednisolon zou mogelijk ook bij minder specifieke ‘straalkanker’gevallen, de endogene ontstekingsreactie kunnen couperen, en zo de behandelingsduur kunnen verkorten en het optreden van recidieven kunnen verminderen. Het werkelijke bewijs dat de beschreven aantasting van alle hoornige structuren inderdaad (auto)-immuun gerelateerd is, zal in verder patiëntgebonden onderzoek nog geleverd moeten worden.
SAMENVATTINGStraalkanker is een chronische, hyperplastische, exsudatieve ontsteking, die meestal aan één of twee, maar soms aan vier hoeven tegelijkertijd voorkomt. Er is veel discussie over de etiologie en therapie van straalkanker. De oorzaak is nog steeds niet bekend en er zijn diverse therapieën voor de behandeling beschreven (drukverbanden, lokale applicatie van medicamenten en chirurgie), die allemaal de aandoening alleen lokaal aanpakken. Het percentage recidieven na succesvolle behandeling is hoog (45%). De beschreven casus (een driejarige New Forest kruising, merrie) vertoonde een hyperplastische ontsteking van alle hoornige structuren aan vier benen (stralen, kroonranden, sporen en zwilwratten). Bacteriologisch en schimmelonderzoek van de aangetaste structuren leverden geen pathogene kiemen op. Ook werd geen papillomavirus aangetroffen. Het klinische beeld van de patiënt leidde tot de hypothese dat de straalkanker in deze casus mogelijk (auto-)immuungemedieerd was. Therapie door middel van chirurgie (rechtsvoor en linksachter werden behandeld) en orale toediening van prednisolon (1 mg/kg 1dd) leidde tot herstel van alle aangedane hoornige structuren aan alle vier benen. De hyperplastische ontsteking leek dus in dit geval immuungemedieerd te zijn, omdat de prednisolon (1 mg/kg per os) therapie ook in de niet-chirurgisch behandelde benen tot volledig herstel leidde.
DANKBETUIGDe auteurs willen gaarne de collegae drs. R.J.T. van der Luer (Valuepath laboratorium, Valkenburg) en drs. J.P. Koeman (Hoofdafdeling Pathobiologie, Utrecht) bedanken voor hun ondersteuning bij het verzamelen en verwerken van de pathologische gegevens.
LITERATUUR1. Adams OR. Canker. In: Lameness in horses, fourth edition, Lea and Fabiger, Philadelphia, 1987: 540. 2. Calderwood Mays MB. Equine canker (pododematitis verrucosa migrans) revised. 35th annual meeting of the American college of veterinary pathologists, 12-16 November 1984. 3. Dietz O, Schätz F, Scheiter H, und Teuscher R. Operation de Pododermatitis verrucosa. Anaesthesie und Operationen bei Großund Kleintieren. S. Hirzel Verslag Leipzig, 1980: 638-40. 4. English M. Pastern dermatitis and unguilysis in two draft horses. Equine Practice 1995, 17 (8): 25-30. 5. Jurkovic J. Der Hufkrebs und seine Therapie. Orthopedie bei Huf- und Klauentieren, Wien 5-7 Oktober 1983: 80-90. Herausgegeben von o.Univ., Prof.dr. P.F. Knezevic. 6. Marks G, und Budras KD. Ultrastructural study of the epidermis in hoof cancer of the horse. Vlaams Diergeneeskundig Tijdschr 1985; 54: 287-95. 7. Sheridan K, Ginn PE, and Brown M. Recurrent canker in a shire mare Journal of equine veterinary science, 1996; 16 (8), 322-23. 8. Silbersiepe und Berge. Der Hufkrebs. Lehrbuch der speziellen chirurgie, 1976; 15: 489-92. 9. Wattle O. Cytokeratins of the equine hoof wall, chestnut and skin: bioand immunohisto-chemistry. Equine veterinary journal 1998; suppl 26: 66-80. 10. Wilson DG, Calderwood Mays MB, and Colahan PT. Treatment of canker in horses. J Am Vet Med Asoc, 1989; vol. 194; no. 12: 1721-3. 11. Wilson DG. Equine canker. In: Current therapy in equine medicine 4. Ed. Robinson, N.E., WB Saunders Company Philadelphia, 1997: pp 127-8.
Commentaar (9)
![]() geschreven door Melanie, december 08, 2009 geschreven door cz, juli 18, 2009
Helaas, ook ik had een paard met straalkanker.
In 5 jaar tijd is het 4x teruggekomen met helaas fatale afloop. Altijd hele goede stalhygiene gehad en hij heeft ook nooit rotstraal gehad of andere hoefproblemen. Heel zuur om dan opeens met zoiets geconfronteerd te worden waarvan dierenarts en hoefsmeden niks wisten en waarvan ze dachten dat het rotstraal was. Ben toen op eigen houtje naar de kliniek gegaan waar ze het wel herkenden. De eerste anderhalf jaar bleef het weg. Toen kwam het met een jaar terug, en zo steeds sneller. Na 4 behandelingen mocht hij van mij gaan.. Hopelijk geeft meer onderzoek naar straalkanker op den duur 100% genezing geschreven door A., juli 11, 2009
ook wij hebben een paar dat inmiddels succesvol genezen is van straalkanker. Het wordt idd door weinig artsen en smeden herkend. Mijn dierenarts herkende het als rotstraal en adviseetrde er teer op te smeren (????). Onze hoefsmid herkende het ook niet, maar omdat hij niet kon bekappen zonder dat het gigantisch begon te bloeden toch naar een kliniek gestuurd (hij zei wel dat het 'mss ook wel eens straalkanker' kon zijn). Enkele weken hiervoor was er trouwens nog een andere hoefsmid bij mijn paard geweest die het ook niet herkend heeft. Op de kliniek bleek pas dat het om straalkanker ging. Ze hebben het chirurgisch weggehaald, en ze heeft enkele weken in de kliniek verbleven.
Het probleem is dus moeilijk te herkennen, 2 hoefsmeden en een dierenarts zagen het over het hoofd bij mijn paard, er was er maar 1 die helder genoeg was om haar toch even voor de zekerheid naar de kliniek te sturen. Dus het is niet echt een kwestie van 'zelf regelmatig de hoeven checken', het is belangrijk dat er regelmatig iemand met voldoende inzicht (dat bleken dus niet mijn DA en smid te zijn) de hoeven iig komt checken. Denken dat je daar zelf bekwaam genoeg voor bent na 1 dag cursus (of zelfs helemaal niet zoals hier boven staat ? ) is imo ook niet echt van toepassing. Maar helaas is het dus ook niet zo dat alle traditionals wél heilig zijn :) geschreven door zopy, februari 20, 2009
Heb ook een paard wat inmiddels met succes is genezen van hoefkanker, paard loopt nu op ijzers en wordt dagelijks verzorgd en nagekeken, of je nu een doe het zelver bent of niet, als je paard hoefkanker blijkt te hebben schakel je gewoon een goede dierenarts in en een ervaren hoefsmid! Er zijn naar mijn idee echter (helaas) maar weinig dierenartsen/hoefsmeden die hier echt goed bekend mee zijn, wij hebben veel geluk gehad met de onze, en met het geduld van ons paard!
geschreven door Anne Marie, januari 22, 2009
Om dit soort problemen te herkennen is een regelmatige controle van de hoeven en verder tijdig ingrijpen door advies van deskundigen (dierenarts) in te roepen!
Hiervoor is zelfs geen natuurlijke bekapcursus van 1 dag nodig, gewoon wat 'common sense' geeft aan wanneer de zaken te ver gegaan zijn. Voordeel van het natuurlijk bekappen is dat de eigenaars regelmatig de hoeven controleren en dergelijke problemen al veel vroeger zullen detecteren, waardoor het nooit zo ver hoeft te komen! geschreven door Esther de Glas, januari 05, 2009
Ik zou paard en eigenaar direct doorsturen naar de kliniek.
geschreven door TM, november 27, 2008
Gerard,
Wat doe je als doehetzelf bekapper als je paard straalkanker heeft? Ben je goed genoeg om dit op tijd te herkennen/ontdekken? En wie moet je dan bellen, een (cursus leider)nb'er? Heeft deze wel ervaring met straalkanker? Of stap je op dit moment als aanhanger af van je geloof en sla je de reguliere weg in? geschreven door Gerard, november 27, 2008
Er is toch ook niemand die zegt dat je dit soort dingen moet aanpakken met een eendagscursus. Er staat nadrukkelijk op de site van paardnatuurlijk dat de cursus bedoeld is om zelf de redelijk normale en gezonde hoeven van je eigen paard te onderhouden.
geschreven door TM, november 10, 2008
Als je hier zo leest wat er zoal bij komt kijken om dit probleem te behandelen dan is het begrijpelijk dat dit aan gediplomeerde hoefsmeden, met veel ervaring, overgelaten moet worden in combinatie met veearts en eigenaar.
EEN (1 DAAGSE NATUURLIJKE)BEKAP CURSUS IS ABSOLUUT NIET GENOEG OM DIT SOORT PROBLEMEN TE HERKENNEN, LAAT STAAN TE BEHANDELEN! Schrijf commentaar
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|
pony leek aanvankelijk op te knappen.
voedings- en verzorgingstoestand was goed. Het algemene onderzoek leverde behoudens de afwijkende hoornige structuren geen bijzonderheden op.
schimmelonderzoek afgenomen. Hiervoor was de straal oppervlakkig uitgesneden en was de oppervlakte ontsmet met Hibiscrub6 en alcohol (70%) om omgevingskiemen te erwijderen. Vervolgens werden van het afwijkende hoorn van de stralen rechtsvoor en linksachter excisiebiopten genomen. Van roonranden, sporen en zwilwratten beiderzijds achter werden ponsbiopten genomen, waarna alle biopten voor pathomorfologisch onderzoek naar de Hoofdafdeling Pathobiologie werden gestuurd. Het afwijkende weefsel van de stralen rechtsvoor en linksachter werd vervolgens weggesneden totdat er een aansluiting met gezonde pododerma werd verkregen. Bij deze patiënt liep het afwijkende hoorn door in de ballen en de kroonranden van de hoeven, waardoor het niet mogelijk was al het afwijkende hoorn te verwijderen (Figuur 3). Aansluitend aan de chirurgische excisie werd aan beide hoeven een stevig (hoef)drukverband aangebracht, waarbij er extra druk ter plaatse van de stralen werd aangebracht door middel van opgerolde tampons. Na het aanbrengen van de verbanden werden de Esmarchse ligaturen verwijderd. Het eerste verband had als voornaamste functie het stelpen van de bloedingen. Tijdens de daaropvolgende verbandwissels had het verband de volgende functies: bloedingen en een prolaps van de dermis voorkomen; beschermen van de wond tegen mechanische invloeden van buitenaf; applicatie van medicamenten (3, 8, 10). Hiervoor voldeed het verbandijzer.

Een week na het starten met de prednisolon per os begonnen de kroonranden (evenals sporen en zwilwratten) rondom te genezen. Na twintig dagen waren de kroonranden zover ingedroogd dat de papillomateuze hyperplasieën met een harde borstel konden worden verwijderd. (Figuur 8). Op 22 dagen na de operatie zijn de stralen van de twee niet geopereerde hoeven uitgesneden en de kroonranden rondom dungeraspt. Deze beide niet-geopereerde hoeven bleken geen tekenen van straalkanker meer te vertonen (Figuur 9)! De kroonranden begonnen vanaf dat moment zelfs te droog te worden. De haren van de kroonranden zijn geschoren, waarna de hoeven met uitzondering van linksachter vierentwintig uur in een nat verband zijn gezet. Vervolgens zijn de hoeven ingevet om het vocht vast te houden.
Nederland.
en DMSO. DMSO heeft naast een groot doordringingsvermogen in de huid ook een ontstekingsremmende werking. De DMSO zou dus een onderliggende ((auto-)immune) ontstekingsreactie tot rust kunnen hebben gebracht.
prednisolon onvoldoende effect had. Toen deze paarden vervolgens lokaal werden behandeld met een gentamicine en bethamethason bevattende crème in combinatie met een intensieve verzorging van de benen werd wel een goed resultaat behaald. English zelf schreef dit ook toe aan de intensieve verzorging (4). 
Mijn paard heeft echter al een uitgebreid verleden wat betreft koliek, ze had het gemiddeld 6x per jaar en daar is nooit een oorzaak voor gevonden. Nu vallen voor mij de puzzelstukjes op z'n plaats. De dierenarts acht een auto-immuunziekte bewezen en daarom heeft mijn paard een hoge dosis Prednison gehad bij aanvang van de behandeling (1 mg/kg) en hebben we de stralen behandeld met Socatyl pasta. Mijn fjord heeft het dus aan alle 4 de voeten!
Inmiddels zitten we op een 0,25 mg/kg Prednison per dag en hebben we de straalkanker redelijk onder controle. Mijn paard voelt zich topfit en ik heb werkelijk mijn oude paard weer terug. Ze heeft geen koliek meer gehad sinds de behandeling met Prednison is gestart. Ook ziet ze er beter uit dan ooit! Ik weet niet welke kant dit op zal gaan, ik weet wel dat ze levenslang Prednison zal houden en dat is natuurlijk niet fijn. Ik moet echter kiezen tussen twee kwaden. Ik hoop nog lang van haar te kunnen genieten en gelukkig heeft ze geen pijn. Of de straalkanker ooit zal genezen blijft de vraag, maar ik hou hoop!